De landschappelijke kernkwaliteiten van de IJsseldelta vormen het krachtige uitgangspunt voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze kwaliteiten zijn de weidsheid van het weidegebied, de ouderdom van de Polder Mastenbroek en het reliƫf in de vorm van terpen en dijken. De partners willen het deltakarakter van de IJsseldelta behouden en versterken. Dit betekent in de eerste plaats dat de aanwezige waarden worden gekoesterd en beheerd. Daarnaast zal de beleving van de delta op specifieke plaatsen worden versterkt, onder andere door het uitgraven van kreken en hanken.
Polder sinds 1364
Voor 1364 was polder Mastenbroek een moerassig gebied waar in de zomer vee werd geweid en veevoer werd geoogst. In 1364 besluiten de bisschop van Utrecht, de heren van Voorst en de steden Kampen, Hasselt en Zwolle om het gebied verder te ontginnen en te voorzien van dijken. De landmeter Frederik Stoeveken heeft vervolgens de verdeling uitgezet. Het leidde uiteindelijk dat in 1394 de eerste grootschalige, strak rechtlijnige polder af was. Een uniek stukje Nederland dat het resultaat is van overleg in de Middeleeuwen. Sommige elementen zoals de kreken in de Polder zijn ouder.
Strijd in de Delta
Het landschap van Polder Mastenbroek en Kampereiland en de buitenpolders vertelt het verhaal van de eeuwenoude strijd tegen het water. De terpen en de dijken zijn duidelijke zichtbare tekenen van deze strijd in het landschap. In Nationaal Landschap IJsseldelta ligt bijvoorbeeld nederlands oudste stenen zeewering: de Stenen Dijk bij Hasselt. Een hypermoderne waterkering zoals de Balgstuw bij Ramspol laat zien dat het gevecht tegen het water nog steeds actueel is.
Weidse weiden
Een belangrijk kenmerk van het landschap is de weidsheid. Op sommige plaatsen is het mogelijk om meer dan 8 km ver te kijken over de mooie groene weiden. Deze openheid wordt in stand gehouden door de melkveehouderij. Overigens is het gras in deze streken, zeker van Kampereiland van bijzonder goede kwaliteit. In vroeger tijden werd het hooi vervoerd naar west Nederland om daar de paarden van het leger een goede maaltijd mee te geven.