Weerman in hart en nieren

Jan Pelleboer, een jochie uit ’s-Heerenbroek (1924-1992)
“De verwachting was goed, maar het weer hield zich er niet aan”, het is één van die typische uitspraken van weerman Jan Pelleboer. De aartsvader van de Nederlandse weersverwachting, zo wordt hij wel genoemd. Jan Pelleboer werd in 1924 geboren in het plaatsje ’s-Heerenbroek, meestal bedaard gelegen aan de rand van de Mastenbroeker polder tussen Kampen en Zwolle. De vader van Pelleboer had er een boerenbedrijf. Niets wees erop dat de jonge Pelleboer een andere weg zou gaan en het nog ver zou schoppen. Op school was hij een echte belhamel die meer dan eens voor straf in het turfhok verbleef.
De rivier de IJssel stroomde vlak achter het ouderlijk huis. Het water oefende op Pelleboer een sterke aantrekkingskracht uit. Steeds weer liet de rivier een ander gezicht zien. Soms een kabbelend stroompje, dan weer met grote snelheid breed uitgewaaierd zijn weg naar de Zuiderzee – later het IJsselmeer – volgend. Als het stormde, was de IJssel een wilde watermassa met witte schuimkoppen, woest kolkend. Het is niet verwonderlijk dat deze omgeving van water, brede uiterwaarden en weidse uitzichten bij een jongen als Pelleboer de interesse voor het weer deden ontvlammen. Jan was er al vroeg mee bezig. Als negenjarige tekende hij op school een thermometer in zijn schrift. Ook maakte hij als jonge jongen van een gloeilamp een even eenvoudige als effectieve barometer. Jan moest, zoals toen gewoon was, als kind in het boerenbedrijf van zijn vader meehelpen. Na de lagere school werd hij naar de landbouwschool in Kampen gestuurd. Maar in Jan schuilde duidelijk geen boer. Hij had een wijdere blik en wilde de wereld ontdekken. Het dreef zijn moeder soms tot wanhoop: “Jan, je moet niet zoveel naar de lucht kijken, het werk is aan de grond!”
Als veertienjarig begon Jan de waterstanden van de IJssel in een boekje bij te houden. Vanaf een thermometer, voor zijn verjaardag gekregen, noteerde hij dagelijks de temperaturen. In de tuin had hij bakjes neergezet. Na het melken van de koeien mat hij zo in alle vroegte met een latje de hoeveelheid gevallen regen. Ook de positie van de barometer die thuis hing werd trouw afgelezen en in zijn schriftje genoteerd. Met dit soort hulpmiddelen maakte Jan Pelleboer zijn allereerste weersvoorspelling: “Vanavond gaat het stormen en het wordt een zware storm.” Het briefje werd met een punaise aan de schuur naast café De Kroon vastgezet. Pelleboer bleef op een afstandje kijken of mensen zijn stukje zagen. Hij kon tevreden zijn, verschillende dorpsbewoners lazen het bericht met interesse. Het vormde het begin van een hele reeks “schuurbulletins” die door zijn dorpsgenoten zorgvuldig werden gelezen.
Toen Jan Pelleboer 16 jaar was, richtte hij een brief aan de directeur van het Nederlands Meteorologisch Instituut in De Bilt. Hij vertelde van de zonnevlekken die hij had waargenomen. De directeur stuurde hem een welwillende antwoord terug en nodigde hem uit in de toekomst gerust nog eens te schrijven. Deze reactie ontlokte aan de jonge Pelleboer juichkreten die in het hele dorp waren te horen! Het contact met De Bilt was gelegd en zou zijn vruchten afwerpen. In 1943 werd er bij zijn huis een officieel weerstation geplaatst. Het was Jans taak de metingen bij te houden en door te geven. Hij genoot van dit werk. Zijn dorpsgenoten zeiden grappend: “Jan hef het weer nou in een huussien!”
Na de oorlog werd Pelleboer gevraagd voor het KNMI te komen werken. Zijn ouders vonden het prima, zij hadden allang de hoop opgegeven dat hun jongen boer zou worden. Jan wist zich later de weersgesteldheid van die dag nog precies te herinneren: “Dus ben ik op een zondagmorgen met een grote koffer achterop over de Veluwe naar De Bilt gefietst. Het was toen heel donker weer.” Het was het begin van een indrukwekkende carrière. Jan kreeg als standplaats het meteo-station bij vliegveld Eelde. Na een reorganisatie van het KNMI in 1954 ging hij verder als zelfstandig weerman. In totaal zou hij voor 42 dag- en weekbladen en tijdschriften bijdragen over het weer schrijven, soms wel voor twintig tegelijk.
Het was in de jaren zeventig dat Pelleboer uitgroeide tot een nationale bekendheid, hij deed toen naast de dagelijkse weersvoorspellingen op de radio tal van televisieoptredens. Zijn spreekstijl en stemgeluid en niet in de laatste plaats zijn uitstekende verwachtingen maakten hem mateloos populair bij het Nederlandse publiek. Jan wist over het weer te praten zoals de mensen op de straat dat deden. Eenvoudig maar trefzeker. Zijn motto luidde: “Breng het weerverhaal op een voor iedereen begrijpelijke wijze. Geef het weer een rapportcijfer, dan kan iedereen zich een voorstelling van het te verwachten weer maken. (‘Voor maandag krijgt het weer van mij een klein zeventje.’) Wees daarnaast eerlijk en openhartig in de betrouwbaarheid van de weersverwachting.” Jan bleef zijn geboorteplaats ’s-Heerenbroek trouw. Wanneer het water in de IJssel hoog stond, kwam hij steevast altijd even poolshoogte nemen. Op 18 juli 1992 stierf Pelleboer onverwachts aan een hartaanval. Vergeten is hij niet. In 2010 werd de schuur waaraan Pelleboer zijn eerste voorspellingen vastspijkerde met steun van het Nationaal Landschap IJsseldelta en de gemeente Kampen als cultureel erfgoed gerestaureerd. Een klein gedeelte van de schuur is daarbij ingericht als expositieruimte. En het hoeft niet te verbazen: de eerste tentoonstelling was natuurlijk gewijd aan Jan Pelleboer, weerman in hart en nieren.