Gods medicijnkast

Klazien uit Zalk (1919-1997) geloofde onvoorwaardelijk in haar kruiden
Wie vanuit Zalk het weggetje neemt dat naar het Zalkerveer loopt, komt langs een met bomen begroeid stukje uiterwaard dat bekend staat als het Zalker bos. Eigenlijk lijkt die benaming wat overdreven, maar in dit vlakke land wekt elke groepering van bomen algauw de indruk een woud te zijn. Het maakt het Zalker bos niet minder waardevol. Het gebied herbergt veel bijzondere planten en kruiden. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe nog niet zo lang geleden Klaasje Rotstein-van den Brink, beter bekend als Klazien uut Zalk, hier af en toe tevreden zal hebben rondgewandeld.
Ze werd door sommigen de koningin van het platteland genoemd, maar dan toch wel van het IJsselland. Klazien leefde haar hele leven in het dorpje Zalk, aan de oevers van de IJssel. De titel “koningin” zou ze zelf trouwens van de hand hebben gewezen. “Het gaat niet om mij, het gaat om de kruiden”, dat was Klazien ten voeten uit. Ze had een groot respect voor de natuur en alles wat die de mens te bieden heeft. Als het kruidenvrouwtje uit Zalk genoot ze tot haar dood in 1997 landelijke bekendheid. Zo stond ze ooit met drie van haar boekjes in de Libris Top 10. Met haar ongekunstelde en eigenzinnige karakter en recht toe recht aan volkswijsheden wist ze steeds weer de jachtige, moderne mens voor zich te winnen. Voor Klazien was de natuur een door God zelf gegeven medicijnkast. Jicht? Sap van rauwe aardappel vermengd met brandnetel doet wonderen! Over die natuur zei ze liefdevol: “Geniet van het komende voorjaar en kijk hoe prachtig alle levensvormen weer ontluiken. De vogels zingen weer, al heel vroeg in de morgen. Het was pas vijf uur toen ik begon te schrijven. De maan stond helder aan de zuidwestelijke hemel en de merels zongen al. De velduilen riepen elkaar toe in de wilgen vlakbij ons huis, en naarmate het lichter werd kwamen er steeds meer vogelstemmen los. De grutto’s zijn weer in de kale weilanden verschenen, waar de hazen rennen, in snelle sprongen, vol paringsdrang. Ook de kieviten zijn terug en de meeuwen krijsen in grote groepen boven de weilanden waar de gierkar de wormen de grond uitjoeg.”
Haar karakter, wars van dikdoenerij, en ook haar onmiskenbare Overijsselse tongval bleken veel mensen aan te spreken. Klazien trad op in verschillende programma’s waarbij ze op basis van “dingen uit de natuur” gezondheidstips gaf: “Wat vroeger goed was, is goed voor alle tijden. Makkelijk zat.” Ook voorspelde zij het weer aan de hand van het gedrag van haar kat Simon Peres. Waar ze ook was, Klazien bleef altijd haar nuchtere zelf. Zoals in het programma De Stoel van Rik Felderhof waarin zij te gast was op het jacht van de multimiljonair Bram van Leeuwen (“Nou hallo... ik huil liever in een dikke Rolls dan in een deux-chevaux”), alias “prins van Lignac”. Ze hield zich moeiteloos staande tussen al het goud en het glitter en droeg tijdens het sjieke diner uit volle borst een ode op aan haar geliefde kruiden: “’k Pluk kruiden in mijn tuintje, ‘k pluk kruiden langs de weg, het groeit zelfs op de daken, ’t is waar wat ik je zeg, want boven op het schuurtje, daar zie ik huislook staan, en van een enkel blaadje, een kwaal soms weg wil gaan. Hebt u een likdoorn, neem een blaadje huislook dan, halveer het in je handen, maak medicijn ervan.”
Klazien werd door Van Kooten en De Bie vrolijk geparodieerd als Berendien uut Wisp (“Met dille tussen de billen, zou zelfs Methusalem weer willen.”) Minder vriendelijk was het commentaar van columnist Rein Hannink: “Achter haar imago van eenvoudige, eerlijke volksvrouw schuilt een meedogenloos polderbeest dat cocktails van platgestampte gifzwammen en uitgeknepen bijtadders als alternatieve geneesmiddelen aan de man/vrouw brengt, en middeleeuwse drogclichés als verlichte oerfïlosofie promoot. En het ergste is nog dat heel Nederland aan haar lippen hangt.”
Het zal haar weinig hebben gedaan. Klazien had een missie: “De opdracht van God om de aarde te bebouwen en te bewaren geldt ook voor deze tijd. Telkens horen we van beangstigende vervuiling. Met de grote rijkdom van de natuur wordt onnadenkend omgesprongen. Als wij onze taak niet beter gaan vervullen, wordt de wereld één grote vuilnisbelt.”
Klazien ligt begraven op het kleine begraafplaatsje aan de Zalkerdijk, dichtbij de haar zo vertrouwde IJssel. Aanvankelijk was er op haar graf geen steen gezet. Wars van sterrenstatus was ze bang dat de rust op het stille dodenveldje misschien door bussen vol met fans verstoord zou worden. Na de bijzetting van haar man Sam is alsnog een gedenkteken geplaatst. Onlangs ontstond er ophef over het voornemen een straat in Zalk naar haar te vernoemen. De Vereniging tegen Kwakzalverij vond dat ongepast. Het mocht niet baten. Het Klaasje van den Brink-Erf komt er. Tegen de ontwapenende en innemende Klazien is gelukkig nog steeds geen kruid gewassen.